Vereenvoudiging Beslagvrije voet

De wet vereenvoudiging Beslagvrije voet (vBVV) maakt deel uit van het Actieplan Brede Schuldenaanpak en is een van de maatregelen waarvoor het Ministerie van SZW verantwoordelijk is. De beslagvrije voet is het deel van de inkomsten of de uitkering waarop geen beslag mag worden gelegd, zodat burgers met schulden voldoende geld overhouden om te kunnen voorzien in hun primaire levensbehoeften.

De beslagvrije voet geeft dus inzicht hoeveel beslagleggers nog kunnen innen van de burger die hen geld schuldig is. Belangrijk, want ook mensen met schulden bij wie er beslag gelegd gaat worden op het loon of de uitkering moeten geld overhouden om van te leven.

Deze wet treedt per 1 januari 2021 in werking.

Ontwikkeling centrale voorziening vBVV

De op handen zijnde wet regelt dat de beslagvrije voet van schuldenaren met geautomatiseerd beschikbaar gestelde gegevens kan worden vastgesteld. BKWI heeft samen met Stichting Inlichtingenbureau (IB) vanuit het ministerie van SZW de opdracht gekregen om een centrale voorziening vBVV voor de basisberekening van de beslagvrije voet te ontwikkelen.

BKWI is gevraagd om te doen waar zij goed in is, het ontwikkelen van het transport van de gegevens voor de centrale voorziening. Hierdoor wordt berichtenuitwisseling met de bronnen BRP en UWV en berichtenuitwisseling met de beslagleggende organisaties SVB, LBIO en CJIB mogelijk gemaakt. Deze berichtenuitwisseling is ook beschikbaar voor gemeenten en waterschappen. Het IB maakt een portaal voor gemeenten en waterschappen en ontwikkelt de rekentool.

De centrale voorziening maakt gegevensuitwisseling tussen de schuldeisers mogelijk en zorgt er zo voor dat burgers met schulden minder informatie zelf hoeven aan te leveren. Ook zorgt de centrale voorziening dat de beslagvrije voet op een eenduidige wijze vastgesteld wordt.