Doelstelling
Het waarborgen dat informatiebedrijfsmiddelen
een passend niveau van beveiliging krijgen.
Toelichting
Informatie dient te worden
geclassificeerd, om de behoefte aan, de prioriteit en de mate van
beveiliging aan te geven.
5.2.1 Richtlijnen voor het classificeren
Doelstelling
Het
waarborgen dat informatiebedrijfsmiddelen op een controleerbare manier worden
geclassificeerd, die voldoet aan de wettelijke en de door de Suwi-ketenpatners gestelde
eisen.
Eisen 5.2.1
- Er dient gebruik te worden gemaakt van een informatieclassificatiesysteem
waarin
vier risicoklassen (0, I, II en III) worden onderscheiden om een adequate set
beveiligingsniveaus te definiëren en om de noodzaak van een speciale behandeling
kenbaar te maken;
- Er dient een helder onderscheid te zijn in herleidbare (klasse II/III)
en niet herleidbare
(klasse 0 en I) gegevens;
- Voor de verschillende soorten persoonsgegevens zijn de risicoklassen
vastgesteld;
- Alle informatie c.q. gegevens(-groepen) die binnen de GSD wordt gebruikt,
moeten
zijn geclassificeerd, zodat de behoefte aan, de prioriteit en de mate van beveiliging
kan worden aangegeven (BXIV 5.2, CBP 4.5 + 4.6);
- Back-ups waarop persoonsgegevens of kritische bedrijfsgegevens zijn
vastgelegd
moeten worden geclassificeerd (BXIV 5.2, CBP 4.13);
- Gegevens die via Suwinet met Suwi-ketenpartners worden uitgewisseld
dienen het
classificatielabel Klasse II/III te dragen. Dit betreft onder andere afgedrukte rapporten,
weergaven op het beeldscherm, opnamemedia (banden, schijven, cd's, cassettes),
elektronische berichten en bestandsoverdrachten.
5.2.2 Labelen en verwerken van informatie
Doelstelling
Het
zorgdragen dat op basis van de classificatierichtlijnen voor de gegevens en
gegevensdragers de corresponderende beveiligingsmaatregelen kunnen worden
gehanteerd.
Eisen 5.2.2
- De persoonsgegevens die worden uitgewisseld binnen Suwinet zijn vastgesteld
op
een combinatie van risicoklassen II en III. Het betreft de gegevens waaruit individuele
personen te herleiden zijn (herleidbare gegevens). Alle gegevensdragers met
herleidbare persoonsgegevens, elektronisch en niet elektronisch, dienen te zijn
voorzien van een markering waaruit deze risicoklasse blijkt (BXIV 5.2, CBP 4.5 + 4.6);
- Bij voorkeur worden de labels automatisch aangebracht door de applicaties,
bijv. op
rapporten, schermen en bij elektronische verzending;
- Er dienen procedures c.q. richtlijnen voor GSD-medewerkers te worden
opgesteld
voor de omgang met geclassificeerde gelabelde gegevens in geval van kopiëren,
opslag, verzending per post, fax en elektronische post (e-mail), gesproken woord,
(mobiele) telefonie, voicemail, antwoordapparaten en vernietiging;
- Slechts aangewezen functionarissen hebben een geautoriseerde toegang
tot
applicaties met persoonsgegevens;
- Voor het werken met de applicaties die gebruikt worden voor het verwerken
van
persoonsgegevens, is een tweede, gescheiden inlogprocedure ingesteld;
- Gebruikers die toegang krijgen tot de applicaties met persoonsgegevens
zijn op de
hoogte van de beveiligingseisen die hieraan zijn gesteld.